74 OP = OP | De column van Jeffrey van der Elst | Lokale Omroep Krimpen

OP = OP

De column van Jeffrey van der Elst

31 oktober 2026 Jeffrey van der Elst

Ik heb de begroting gelezen,

Of zoals de gemeente dat noemt:

een toekomstbestendige financiële doorkijk richting een duurzaam voorzieningenniveau.

Vroeger noemden we dat gewoon: geld op.

Op!, Dat zie je overal. Bij Albert Heijn bijvoorbeeld.

Eén cyberaanval en ineens bleek de meest geavanceerde supermarkt van Nederland afhankelijk van één werkende computer. Geen bezorging. Geen bevoorrading. Geen systemen. Bijna €800 miljoen beurswaarde weg.

De schappen waren leeg.. Dat was voor veel Nederlanders een schokkende ervaring.

Niet omdat er geen boodschappen waren.

Maar omdat ineens zichtbaar werd hoe dun de laag vernis eigenlijk is.

In Krimpen gebeurt precies hetzelfde.

Gratis OV? Wordt beëindigd ten behoeve van een toekomstbestendige mobiliteitstransitie.

Vroeger heette dat: op.

De Klinker? Wordt geoptimaliseerd naar twee verschijningsmomenten per jaar.

Vroeger heette dat: bijna op.

Afval weggooien? Wordt financieel meer in lijn gebracht met het gebruikersprofiel.

Vroeger heette dat: duurder, want goedkoop afval storten is OP.

Begraafrechten stijgen met 48 procent.

Niet omdat de dood duurder is geworden, Maar omdat goedkoop begraven op is.

Huizen zijn op. Water raakt op. En zelfs de Eieren raken op.

Terug naar de begroting,

Er blijft €88.000 over op een begroting van ruim €117 miljoen. Of wel 0,07%. Van iedere 100 Euro bleef dus 7,5 cent over. Zo OP is het dus. Dat is alsof iemand na een wereldreis thuiskomt en trots meldt dat er nog een winkelwagenmuntje over is voor de thuisblijvers.

Maar ja het Rijk heeft ook de Op=Op bordjes overal hangen -en dus krijgen gemeentes en vele organisaties ook fors minder.

Maar de gemeente blijft optimistisch.

Dat moet ook. Want geld dat op is, heet tegenwoordig een transitieopgave.

Een bezuiniging heet een herijking. En een leeg schap heet een voorzieningendiscussie.

Ooit waren gratis OV, betaalbare begraafrechten en een sluitende meerjarenbegroting heel normale verschijnselen. Inmiddels klinken ze bijna nostalgisch.

Zoals dat gevoel dat Nederland vroeger wel vaker had.

Toen de schappen nog vol waren. De reserves ook. En geluk nog iets was wat je heel gewoon vond.

Maar Op is op.

Inmiddels doet alles het weer bij Albert Heijn.

De servers van Albert Heijn draaien weer. De distributiecentra draaien weer. De schappen liggen weer vol. En ook de bekende bordjes Op=Op zijn terug.

Grappig eigenlijk. Want daar betekenen die woorden weer gewoon wat ze altijd betekenden.

De aardbeien zijn op. De chocoladeletters zijn op. De aanbieding is op. En morgen komt er weer nieuwe voorraad. En er kan gelukkig straks weer gehamsterd worden bij de AH nu de computers het weer doen.

Het college en de raad krijgt de komende jaren eigenlijk dezelfde opdracht.

Niet hamsteren, maar boodschappen doen. Vakkundig boodschappen doen.

Want de winkelwagen zit al behoorlijk vol en bij de kassa blijkt dat het budget toch iets lager is dan gehoopt. Dan begint het moeilijkste deel van de boodschap.

Wat blijft in het mandje? En wat gaat terug het schap in?

Dat zijn geen leuke keuzes. Maar eerlijk is eerlijk: we hebben in Krimpen geen bestuurders nodig die je naar de Albert Heijn stuurt voor één pak melk en die terugkomen met een airfryer, een jacuzzi en een opblaaskrokodil.

We hebben koopjesjagers nodig.

Mensen die weten wanneer iets een goede investering is, wanneer iets luxe is en wanneer iets gewoon niet meer past in het budget. Makkelijk wordt dat niet.

Ooit waren volle schappen, volle reserves en een sluitende meerjarenbegroting heel gewone dingen.

Totdat ze schaars werden.

En toen bleek dat zelfs geluk een eindige voorziening is.

Op is op.